Kopzorgen in de Jeugdzorg

Een duivels dilemma: miljoenentekorten laten oplopen of wachtlijsten introduceren? De jeugdzorg kampt in tal van gemeenten (zo niet alle gemeenten) met ‘oplopende tekorten’. Oorzaak? In veel gemeenten weten we het niet precies. Maar een taakstellende korting van ongeveer een half miljard (details, zie hier) en een hogere overhead (details, zie hier) die naar schattingen nog eens een half miljard hebben gekost, dragen bij aan de snel groeiende negatieve resultaten op gemeentelijke begrotingen.

Vandaag heb ik tal van sprekers gehoord, waaronder van het Nederlands Jeugdinstituut, en Jeugdzorg Nederland. Rode draad: we hebben een groot probleem met z’n allen. Alhoewel we – als we even een blik in het verleden werpen – heel humaan met heel veel kinderen omgaan en er veel verbeteringen zijn te melden, staan we wel voor de vraag of en zo ja, hoe we de huidige vraag naar jeugdhulp/-zorg/-begeleiding/-reclassering in goede financiële banen kunnen leiden. Want de doordecentralisatie en ‘efficiency korting’ waartoe in de crisisjaren is besloten, stelt gemeenten voor bijna onmogelijke keuzes.

En dan is er nog de kwaliteitsvraag, waar vandaag ook aandacht voor was in dag blad Trouw. Peer van der Helm pleit voor een betere analyse voor kinderen in pleeggezinnen worden geplaatst en bovendien voor een standaard-traumabehandeling wanneer kinderen in een (gesloten) zorgtraject terecht komen. Door direct van het ergste uit te gaan, mis je nooit het voor de hand liggende.

Wat moet je daar mee als raadslid? Eigenlijk is ons enige middel de financiële sturing: hoeveel geld stoppen we in de jeugdzorg en met welke voorwaarden laten we elke euro gepaard gaan? Ik heb geen problemen met een bestedingsplafond. Maar ik heb wel problemen met wachtlijsten. Zeker als we niet weten welke kinderen we op die wachtlijsten zullen terugzien. Een tijdje wachten op een dyslexietest? Suboptimaal, maar nog altijd beter dan een half jaar wachten op traumabehandeling voor een kind dat neigt naar suïcide.

Geen beleid zonder feiten. En zo lang we geen feiten hebben – wat voor veel gemeenten het geval is – pleit ik ervoor geen risico’s te nemen met de duizenden kinderen die van extra aandacht afhankelijk zijn. Kijk over de grenzen van het sociaal domein, blijf oog houden voor het individuele, het menselijke. Niet bezuinigen, zonder beeld bij de gevolgen. Kortom: zadel de jeugdzorg niet op met onze kopzorgen.