Vier de vrijheid – van onderwijs!

Op 5 mei vieren we onze vrijheid, dit jaar met het thema ‘In vrijheid kiezen’. Een passend thema, ook als het gaat om de onderwijsvrijheid die de laatste weken weer zoveel aandacht heeft gekregen. De Staatscommissie parlementair stelsel riep onlangs op om Bevrijdingsdag te verbreden naar Vrijheidsdag. En een stukje van die verbreding mag wel ten goede komen aan het onderwijs.

Vrijheid en burgerschap

Recent is vanuit verschillende hoeken aandacht gevraagd voor het belang van ‘burgerschap’, om ook in de toekomst in volle omvang van onze vrijheid te kunnen genieten. Het Comité 4 en 5 mei gaf ter gelegenheid van de vrijheidsviering van dit jaar opdracht aan rechtsfilosoof Tamar de Waal om een essay over burgerschap te schrijven. In “Tussen weerbaarheid en kwetsbaarheid” gaat zij in op het belang en de betekenis van burgerschap in onze maatschappij. Eén van de boodschappen van het essay is dat er niet één vorm van burgerschap is. Juridisch, maatschappelijk en cultureel wordt er heel verschillend naar burgerschap gekeken. In woorden die passen bij de tijdgeest wordt de vraag naar burgerschap geduid als een vraag naar de duurzaamheid van onze democratie, en daarmee onze vrijheid. Het advies: “Nederland moet gaan nadenken over een breed scala van onderwijsmodules, strategieën en initiatieven om kennis over de democratie aan burgers aan te reiken.” 

Dat sluit aan op een set aanbevelingen die de Staatscommissie parlementair stelsel eind vorig jaar opstelde over de manieren waarop in het funderend onderwijs aandacht zou moeten worden besteed aan burgerschap: “formulering van duidelijke richtlijnen voor het burgerschapsonderwijs op basisscholen en middelbare scholen”. Maar hoe pakken deze adviezen concreet uit?

Vrijheid in onderwijs

In deze tijden van identiteitspolitiek is er natuurlijk al lang aandacht geweest voor burgerschap in het onderwijs. In alle sectoren, van basis- tot wetenschappelijk onderwijs, heeft de wetgever burgerschapsonderwijs verplicht gesteld. Dat varieert van een open “bevordering van burgerschap”, tot het prikkelende “sociale integratie” en het vage “maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef”.

Onderwijs weet zich permanent verzekerd van politieke aandacht en dat neemt vele vormen aan. Neem het indoctrinatiemeldpunt van Forum voor Democratie, het debat over grote onderwijsorganisaties na de examenperikelen in Maastricht of de verbale vechtpartij rondom het Cornelius Haga Lyceum, recent weer in het discussiestuk van de VVD aangegrepen om de vrijheid van onderwijs te bevragen. Het politieke en ambtelijke uitgangspunt in het onderwijs lijkt er één te zijn van beheersen en controleren – en wat is er beter te beheersen en controleren dan een uniforme sector?

Dus is uniformiteit het streven. Neem de recente Kamerbrieven (22 maarten 2 april) over experimenten met regelvrije ruimte in het onderwijs. Terug naar de regels, lijkt het devies. Knellend, maar voorspelbaar. Terwijl onderwijsrecht en -beleid juist bedoeld zijn om te stimuleren, ruimte te bieden en innovatie mogelijk maken. Het gaat niet voor niets om een vrijheidDe sector is teleurgesteld.

En eventuele excessen kunnen met andere, passender middelen worden gecorrigeerd. Ik verwijs naar het Kamerdebat over het Cornelius Haga, waarin verschillende Kamerleden zinnige suggesties deden over de inzet van bestaande middelen uit de Gemeentewet en het Wetboek van Strafvordering.

Burgerschapsonderwijs leent zich voor het formuleren van doorwrochte visies en nieuwe pedagogische methodes. Maar de politieke realiteit is anders: het onderwijs krijgt in het debat maar weinig ruimte om haar taak naar eigen inzicht uit te voeren. 

Vrijheid van onderwijs?

Het is een paradox en ik benijd onze landelijke politici en ambtenaren niet: vrijheid geven om vrijheid te krijgen. Zie maar eens een gulden middenweg te vinden in een zo gepolitiseerde sector als het onderwijs. Procedures, regels en controles zijn dan makkelijke hulpmiddelen. Maar als we écht willen dat ons onderwijs kan bijdragen aan onze vrijheid, zullen we ook het onderwijs vrij moeten laten. En de beste manier om onderwijs te laten bloeien, is om een tijdje geen beleid te voeren. Het onderwijs een tijdje vrij te geven.

De Staatscommissie parlementair stelsel adviseert om Bevrijdingsdag te verbreden naar Vrijheidsdag, opdat ook “het bestaan van de democratische rechtsstaat” gevierd kan worden. Zo snel zal het in de komende dagen nog niet gaan. Maar we kunnen wel met een kleine oproep beginnen: vier op 5 mei óók de vrijheid van onderwijs!